Kees Mollema - vertaler van Petina Gappah, De danskampioen

Kees Mollema, vertaler

Kees Mollema: Het lijkt wel alsof een boek minimaal de dikte van een Statenvertaling moet hebben om opgemerkt te worden.

Petina Gappah, De dankskampioen

Uitgeverij Mouria

Hoe is De danskampioen op je pad gekomen?


Vincent Merjenberg van Mouria vroeg mij om een vuurtje, bij de ingang van de gashouder van de Westergasfabriek, tijdens Manuscripta. Toen ik vooroverboog om hem te bedienen, keek ik snel op zijn badge en zei bijdehand: “Laat je mij dan een mooie vertaling maken?” Later, op de stand van Mouria, hebben we verder gepraat en een maand later werd ik gevraagd om de bundel van Petina Gappah te vertalen.



Wat sprak je in De danskampioen aan?


Wat me aansprak is het rijk geschakeerde beeld dat ze schetst van het leven in Zimbabwe; niet iedereen lijdt onder de hyperinflatie, sommigen varen er wel bij. De menselijke veerkracht, zo raak verwoord in het gedicht van Jane Hirschfield voorin de bundel, loopt als een rode draad door alle verhalen heen.




Heb je research gedaan?


Ja, eerst heb ik wat algemeen research gedaan, om de nodige kennis op te doen over het land en de politieke veranderingen in Zimbabwe gedurende de laatste decennia. Verder moest ik sommige lokale producten opzoeken, zoals Shake-Shake, een maïsbier dat in kartonnen pakken wordt verkocht. En omdat Gappah veel Shona door haar Engels strooit, heb ik een woordenlijst met Shona-begrippen opgezocht, zodat ik de woorden – onvertaald – tenminste op de goede plaats in een Nederlandse zin kon zetten. Ik heb ook enkele mails gewisseld met de schrijfster. Bepaalde begrippen moest ik haar vragen, zoals the boy’s kaya, waarmee in Zimbabwe het bediendenverblijf wordt bedoeld, en foos-toos, wat een verbastering van het Nederlandse ‘voetstoots’ bleek te zijn.



Hoe weet je of de vertaling waaraan je werkt goed is?


Een vertaling is nooit goed genoeg. Elke lezing brengt je weer op nieuwe ideeën, dient kleine verbeteringen aan. Maar het aantal verbeteringen neemt wel gestaag af, dus na twee keer je manuscript doorwerken heb je meestal wel genoeg veranderd. Ook ontstaat er een soort blindheid als je te lang aan een tekst werkt; als je het boek na een jaar openslaat zie je wéér dingen die anders en beter kunnen. Kortom, de heilzame werking van een deadline wordt schromelijk onderschat.



Welk verhaal uit De danskampioen was het uitdagendst om te vertalen?

Er was niet één bepaald verhaal dat moeilijker was dan de andere. Hooguit was het in Mijn nicht-zusje Rambanai lastig Rambanai’s Amerikaanse lingo over te zetten naar Nederlands, juist omdat het wordt vergeleken met Engels. Dan moet je soms kunstgrepen toepassen als: ‘Take this route,’ zei ze, alleen sprak ze het uit als ‘rouwt’, niet als ‘roet’.

Wel heb ik een tijdje zitten puzzelen op de titel van het voorlaatste verhaal, The Negotiated Settlement. Na een tijdje kreeg ik de ingeving om het De Minnelijke Schikking te noemen. De echtelieden in het verhaal hebben immers besloten om, ondanks het verdampen van hun liefde, toch bij elkaar te blijven. Verder gaat het verhaal over liefde en overspel en minnelijk sluit daar mooi op aan. Ook is het een bestaande juridische term, en dat paste weer leuk bij het gegeven dat de hoofdpersoon als jurist werkt.



Heb je bij het vertalen voor een bepaald uitgangspunt gekozen?


Ik heb geprobeerd de sfeer en stijl van Gappah zo nauwkeurig mogelijk te volgen, inclusief haar gebruik van Shona. 



Zou je een verhaal uit De danskampioen een buitenbeentje noemen?


De meeste verhalen in deze bundel worden verteld vanuit een vrouwelijk perspectief, maar in het laatste verhaal, Middernacht in Hotel California, neemt een handige zwarthandelaar in Zimbabwe het woord. Dat verhaal was lichtvoetiger en vlotter van toon dan de andere verhalen, en daar heb ik dan ook met het meeste plezier aan gewerkt.



Wat zou je de lezers willen vragen?


In het algemeen: Lezers, wat hebben jullie toch met dikke boeken? Het lijkt wel alsof een boek minimaal de dikte van een Statenvertaling moet hebben om opgemerkt te worden, alsof er een relatie bestaat tussen kilo’s en kwaliteit. 



Waar werk je nu aan?


De nieuwste roman van Richard Russo. Russo is een verteller pur sang. Hij beheerst zijn vak, kan de lezer plagen met telkens terugkomende details en rare tijdsprongen. Als vertaler zit je meer op de huid van de schrijver dan wanneer je simpelweg leest en dan zie je de ‘inner workings’ van zo’n verhaal veel beter. Het is lastiger, je moet immers consequent zijn in je omschrijvingen en benamingen, maar het is fascinerend om te doen.



Welke verhalenbundel heb je recentelijk nog meer vertaald?


De Danskampioen was mijn laatste verhalenbundel. Meestal vertaal ik romans. De enige andere verhalenbundel die ik heb vertaald was Moreel Verval van Margaret Atwood. Atwood kan heel goed met simpele taal heel veel zeggen; in haar beste werk gaat onder een ogenschijnlijk simpel verhaal een veel universeler geldend, belangrijker verhaal schuil. Dat vereist wel de nodige fijngevoeligheid in woordkeuze, maar alweer: fascinerend om te vertalen.



Lees ook het (Engelstalige) interview met Petinah Gappah op The Short Review. En het blog over haar komst naar Hotel van Hassel in april 2010.


Of lees de interviews met vertalers Jeroen de Keyser (Jay McInerney, De laatste vrijgezel) en Frans van der Wiel (Kevin Canty, Waar het geld bleef)



ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn