Jan Wijnen - Deze eenzame wereld

Jan Wijnen: 'Eigenlijk denk ik dat al mijn verhalen buitenbeentjes zijn'

Hoe ontstond Deze eenzame wereld?


Jan Wijnen   Deze eenzame wereld is als bundel ontstaan uit hele en halve verhalen die zijn blijven liggen van eerdere pogingen, die ik daar niet in kwijt kon maar die me inspireerden tot verder denken. Ook stukken die in een roman zouden komen waarvan ik later heb afgezien. 

Er blijven bij elke bundel tot nu toe verhalen liggen die nog moeten rijpen (en waarvan vele misschien nooit tot wasdom komen.)

Ik heb alles thuis geschreven. Ik lijk alleen te kunnen schrijven op een vaste plek, niet al reizende. Wel put ik uit dagboeken die ik tijdens al mijn grotere reizen schrijf.




Heb je voor Deze eenzame wereld research gedaan?


Jan Wijnen  Ik zorg dat de feiten kloppen, voor zover er sprake is van feiten en gebeurtenissen. Alles wat bijv. in ‘De zonsverduistering’ staat klopt technisch gezien helemaal (voor zover ik weet). Ik ben er destijds zelf naartoe afgereisd en heb aantekeningen gemaakt. Verder controleer ik alles op internet.

Ook doe ik op een andere manier research, als je daar tenminste van kunt spreken op het moment dat de idee voor een verhaal nog niet geboren is: in sommige verhalen gebruik ik mijn reisdagboekaantekeningen. In het verhaal Lonely planet bijv. komen veel dingen voor die ik zelf heb meegemaakt of gezien op twee reizen door Egypte. Wat er in staat mbt reïncarnatietherapie heb ik tot mij genomen door het boek van een reïncarnatietherapeut door te werken, en later heb ik hem ook nog geïnterviewd.

Als een verhaal, al is het fictie, in een historische context speelt, wil ik dat de feiten kloppen en zoek ik ze na in Wikipedia en of archieven of oude kranten. Zelfs de wind moet uit de juiste richting komen, in mijn verhaal Sheila! Sheila!! dat in mijn eerste bundel staat (Het kwade amen) en dat zijdelings over de Bijlmerramp gaat.




Hoe weet je of het korte verhaal waaraan je werkt (tot zover) goed is? Of het af is?


Jan Wijnen   Dat is heel moeilijk te zeggen. Meestal voel ik wel of er zeggingskracht uitgaat van mijn tekst. Soms ben ik onder het schrijven plotseling ontroerd door iets dat zich onverwacht in het verhaal indringt, iets wat ik a.h.w. niet zelf bedacht heb, maar wat zo uit het niets mijn hoofd binnen geglipt is. Dan weet ik dat ik op de goede weg ben.

Ik werk met twee werkgroepjes van mensen de elkaars teksten lezen en becommentariëren. Zo tast je de grenzen van een verhaal af: geef je te snel of te langzaam de clou weg (als er al sprake is van een echte clou), geef je teveel uitleg of juist te weinig. Want een ding is me helder geworden: te weinig is niet goed, te duidelijk is dodelijk.




Heb je een cursus of opleiding creative writing gevolgd?


Jan Wijnen   Ik heb enkele jaren workshops gevolgd bij script+. Heb vooral veel geleerd van mijn eerste docent daar, Gerard van Emmerik, maar ook van de mensen die deel uitmaakten van onze groep. Er was een groot onderling vertrouwen in en veel respect voor elkaar. Een van de belangrijkste dingen die steeds weer naar voren kwamen is dat je niet buiten het gekozen perspectief moet treden, maar eerlijk gezegd wist ik dat al wel min of meer. Een ander was dat je alle zintuigen aan bod moet laten komen.

Voor mij was Script+ vooral belangrijk om vertrouwen in mijn eigen kunnen te krijgen.




Waarop baseer je je keuze om een verhaal in de eerste of in de derde persoon te schrijven?


Jan Wijnen   De eerste persoon is vaak directer, maar daar zit ook meteen het nadeel in dat de verteller dan geen afstand kan nemen van de protagonist. Neem bijvoorbeeld het verhaal ‘De zonsverduistering’. De teerheid van dit verhaal zit hem o.m. in de naïeve innerlijke bravoure van de jongen. Dat kan hij niet zelf beschrijven, dus in de eerste persoon, want dan zou hij zichzelf doorhebben en anders zijn. Ik denk dat je bij elk verhaal dit soort afwegingen maakt, vaak intuïtief.

In mijn vorige bundel, So Sorry, staan alle verhalen in de eerste persoon, op één na, en juist in dat ene verhaal is de hoofdpersoon ene Jan Wijnen. Dat is in de derde persoon geschreven om toch enige afstand te scheppen tussen die Jan Wijnen en de schrijver, want hoeveel ze ook op elkaar lijken, het blijft fictie.




Zou je een verhaal uit Deze eenzame wereld een buitenbeentje noemen?


Jan Wijnen   Misschien moet ik Ziet Wen Blingo noemen, of Een mountainbike met bagagedrager, omdat ik daar gevaarlijk dicht langs het schmieren ga. Maar eigenlijk denk ik dat bijna al mijn verhalen buitenbeentjes zijn, omdat ik bewust streef naar diversiteit, al was het alleen maar omdat ik zoveel plezier in schrijven heb en steeds wil uitproberen of ik iets anders ook kan. Ik vond het heerlijk om die Mountainbike in de ik-vorm te schrijven, om mezelf te buiten te gaan in vreemde redeneringen die tegelijk grappig en treurig zijn.




Voel je je verwant met een stroming of generatie?


Jan Wijnen   Zo ijdel ben ik niet dat ik me in een grote stroming of generatie zou willen of durven plaatsen. Carver blijft natuurlijk heel groot, maar ik houd ook erg van Lorrie Moore (Birds of Amerika) en Amy Bloom.

Kees ’t Hart heeft eens geschreven in een recensie van mijn eerste bundel, Het Kwade Amen, dat ik pas ‘in de mooie literaire traditie van het Hollands realisme’ maar ik weet niet of ik dat ernstig moet nemen, en ook niet of ’t Hart mijn soort humor wel snapt.




Wat zou je je lezers willen vragen?


Jan Wijnen   Ik ben altijd heel benieuwd wat iemand het mooiste verhaal of de mooiste verhalen vindt van een nieuwe bundel, en waarom. Maar ik besef dat dat vaak te veel gevraagd is, al was het alleen maar omdat je soms zelf ook niet weet waarom een verhaal je pakt en een ander niet.




Waar werk je nu aan?

Jan Wijnen   Ben nu bezig met een set verhalen waarin iemand die zichzelf kwijt is, veel moet reizen en al reizende zichzelf opnieuw vindt. En ik vraag me af of ik naar een structuur van een roman toe moet werken, of dat ze in een wat losser verband moeten blijven.




Welke drie verhalenbundels heb je het laatst gelezen?


Jan Wijnen   Kevin Canty: Waar het geld bleef. Canty kan met een heel klein gegeven heel veel doen. Hij scoort op een bijna nonchalante manier.

Kazuo Ishiguru: Nocturnes. Sprak me niet erg aan. Te gezochte thema’s en idem uitwerkingen. Veel minder van kwaliteit dan Na de aardbeving van Haruki Murakami dat ik ook onlangs gelezen heb, en dat een soort milde melancholie uitstraalt die (mij althans) bijblijft.



(Meer over Deze eenzame wereld van Jan Wijnen)


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn