Gerda Meijerink - vertaler van Judith Hermann, Alice

'De auteur krijgt in een sobere stijl, zeer onnadrukkelijk, bijna sluipenderwijs, de lezer in de greep.'

uitgeverij Prometheus

Over het vertalen van de verhalenbundel Alice van Judith Hermann

Gerda Meijerink

Vaste vertaler



Judith Hermann heeft drie spraakmakende verhalenbundels op haar naam staan, die alle drie in Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Prometheus zijn verschenen. Haar eerste bundel, Zomerhuis, later, heb ik niet vertaald, maar wel, in 2004, Niets dan geesten. Het is een goed beleid van uitgevers om boeken van een en dezelfde auteur zo veel mogelijk door dezelfde vertaler te laten vertalen, zodat de typische stijl van een auteur ook in de vertaling herkenbaar blijft. (Waarbij ik wil opmerken dat naarmate de stijl van een auteur bijzonderder, eigenzinniger, persoonlijker etc. is, de noodzaak van een vaste vertaler toeneemt. Bij wat ‘vlakker’ doorsneeproza maakt het meestal niet veel uit).



Hou het spannend


Ik heb niet het hele boek gelezen voordat ik aan de vertaling begon. Ik heb er doorheen gebladerd en hier en daar een halve bladzijde gelezen. Daarmee kon ik een vrij nauwkeurige inschatting maken van de moeilijkheidsgraad van het proza en had ik een idee of ik de door de uitgever voorgestelde deadline zou kunnen halen. De stijl van Alice week in die zin af van de stijl van Niets dan geesten dat Hermann kortere zinnen schreef dan ik van haar kende, zeker in`Micha’, het eerste van de vijf verhalen in de bundel.

Het vertalen van een boek dat ik nog niet helemaal heb gelezen – maar waarbij ik weet dat het een interessant boek is omdat ik vertrouwen heb in de auteur – vinden sommigen misschien een doodzonde. Ik ervaar dat niet zo. De spanning die je als ‘gewone’ lezer van een boek ervaart, wil ik mijzelf niet onthouden. Ik vind het prettig om naar mijn werkkamer te worden gelokt door nieuwsgierigheid: hoe gaat het verder? Hoe loopt het af? Bij nieuwe, mij onbekende auteurs kijk ik natuurlijk wat beter uit de doppen voordat ik het verzoek van een uitgever het boek te vertalen met ‘ja’ beantwoord. 



Ritme en klank


Zo begon ik dus aan de vertaling van Alice en raakte al vertalend, in een tempo van ongeveer vier pagina’s per uur, in de ban van het verhaal. (Die vier pagina’s per uur betreffen uiteraard een eerste versie, nadien ga ik er nog twee keer nauwkeurig doorheen alvorens mijn vertaling naar de uitgever te sturen.) Het voordeel dat het opzetten van een snelle eerste versie biedt, is dat ik dan een beter ‘oor’ heb voor de muzikaliteit van de tekst. Door de tekst stemloos uit te spreken, komen ritme en klank meer tot hun recht dan wanneer ik de ‘stroom’ van de tekst steeds onderbreek om over details na te denken.

Waarmee ik dus ook wil zeggen dat ik behoudens het ‘correct’ en ‘adequaat’ vertalen van de betekenis van de tekst, vooral de stijl - waarvan de muzikaliteit een van de belangrijkste onderdelen is - tot zijn recht wil laten komen.

(Wat me aan de kritiek opvalt die ik wel eens lees over een vertaling, is dat het bij die kritiek bijna altijd om woordjes gaat, om de betekenis van woordjes, en dat je zelden iets hoort over klank en ritme).



Vertaalprobleempje 1


In het eerste verhaal, getiteld ‘Micha’, hebben twee vrouwen en een kind in een vreemde stad tijdelijk een vakantiehuisje betrokken omdat de man van een van de vrouwen op sterven ligt in het ziekenhuis in die stad. ‘Maar Micha stierf niet’, begint het verhaal. Probleempje bij het vertalen was dat ‘das Kind’ niet gedefinieerd is, het wordt niet duidelijk of het een jongen of een meisje is. Naar ‘das Kind’ wordt met ‘es’ en met het bezittelijk voornaamwoord ‘seine’ verwezen. En dat laatste is lastig omdat ‘zijn’ in de vertaling toch al snel het beeld van een jongen oproept. In het Nederlands is het grammaticaal incorrect maar wel gebruikelijk om te zeggen of schrijven: ‘Het kind klom op haar schoot en legde haar hoofdje tegen haar schouder’. 



Onbestemdheid


Ik heb in het verhaal de onbestemdheid die Judith Hermann ten aanzien van het geslacht van het kind betracht uiteraard in stand gehouden, vooral ook omdat onbestemdheid de hele bundel doordesemt: veel blijft in het vage, ook wie Alice is. We weten heel weinig van haar achtergrond, en des te meer van haar waarnemingen, gedachten, observaties, aarzelingen. Met de vijf mannen in de vijf afzonderlijke verhalen onderhoudt ze ook vage relaties, alleen met Raymond, in het laatste verhaal, is de relatie min of meer gedefinieerd. Maar indirect, want Raymond is al dood, en Alice moet zijn spullen opruimen.



Vertaalprobleempje 2


In het eerste verhaal van de bundel: ‘Micha’ is het kind nog heel klein, het brabbelt af en toe een woordje, een paar keer het woord ‘Hase’. Nu wil het geval dat Duitsers ook konijntjes meestal ‘Hasen’ noemen, zodat ik in eerste instantie het kind ‘konijntje’ laat brabbelen. Maar het leek me bij nader inzien toch onwaarschijnlijk dat een kind als eerste zo’n ingewikkeld woord als ‘konijntje’ zou zeggen, en dus heb ik het overal met ‘haasje’ vertaald.




Verbetering


Het tweede verhaal van de bundel, getiteld ‘Conrad’, speelt zich af in Italië, aan het Gardameer. Alice is met een Roemeen, die chauffeert, en een vriendin op bezoek bij Conrad en zijn vrouw, die dicht bij het meer een huis met een annex bewonen. De nacht nadat Alice arriveert, wordt Conrad halsoverkop naar het ziekenhuis vervoerd, waar hij de dag daarop overlijdt. (Waar Alice is, is de dood niet ver weg. Dat is de rode draad in de bundel). Hoe de relatie tussen Alice en Conrad precies is of was, krijgen we niet te horen. De chaufferende Roemeen spreekt  redelijk goed Italiaans, hier en daar worden zijn woorden letterlijk in het Italiaans weergegeven.  En dan komt het – voor mij als vertaler, die vaak en graag in Italië vertoeft: bij het binnenkomen van een restaurant – het is al avond – schrijft Judith Hermann: ‘… er begrüβte die Kellner und erwiderte ihre Floskel, buongiorno, come va, bene, grazie, bene, grazie, benissimo, …’ Nu is het zeer onwaarschijnlijk, nee, absoluut onmogelijk, dat men in de avond met ‘buon giorno’ wordt begroet. ‘Buon giorno’, is mijn ervaring, is eigenlijk ‘goedemorgen’, meteen na de middag hoor je in Italië vaak al ‘buona sera’ te zeggen. Ik heb me, zonder de auteur te raadplegen of ze ‘fout’ misschien bewust is gemaakt (maar om welke reden dan?), gepermitteerd het ‘buongiorno’ in de tekst weer te geven met ‘bonna sera’. Is dat een verbetering? In mijn ogen wel. Maar ik zal het de auteur bij gelegenheid voorleggen en achteraf om autorisatie vragen.



Uitstapje


Even een uitstapje naar eerder ervaringen met ‘fouten’ in een tekst. Je kunt een auteur niet erger laten schrikken dan hem of haar op een fout(je) in de tekst te wijzen. Fouten komen in bijna iedere tekst voor, ondanks een nog zo zorgvuldige redactie door de (Duitse) uitgever. Ik heb Michael Kumpfmüller, auteur van het onvolprezen Memoires van een beddenverkoper (Ambo/Anthos) de stuipen op het lijf gejaagd door hem erop te wijzen dat er in zijn tweede boek, Dorst, op de ene pagina over een vrouw wordt gezegd ‘barfuβ wie sie war, ging sie aus dem Haus …’ en vier pagina’s verderop, als de vrouw een kamer betreedt: ‘… sie schlüpfte aus ihren Schuhen.’ Ik had de tekst al aangepast, en oogstte daarmee Kumpfmüllers diepe dankbaarheid. Dat geen eerdere lezers, w.o. redacteuren die ‘fout’ hadden ontdekt, verbaast mij minder dan het Michael Kumpfmüller irriteerde. En ‘erg’ is zo’n uitglijder in mijn ogen absoluut niet. Nobody is perfect, zeker niet als het om teksten gaat.



Het korte verhaal


Korte verhalen vertalen is prettig. Evenals korte verhalen lezen. Het zijn afgeronde eenheden, kunnen in veel gevallen in één vertaalsessie van een uur of vier worden vertaald. Zit er in een bundel een minder goed verhaal, dan heb je bij de andere verhalen evenzovele kansen op verrassingen. 

Op het omslag noch op het titelblad van Alice tref je een genreaanduiding aan. Noch in de Duitse noch in de Nederlandse uitgave. Duitse uitgevers houden niet van ‘Kurzgeschichten’, korte verhalen, of ‘Erzählungen’ en Nederlandse evenmin. Niet omdat ze ze niet mooi vinden, maar omdat ze niet goed verkopen. Ook in Judith Hermanns vorige bundel: Niets dan geesten’ staat geen genre vermeld. (Het valt me eigenlijk nu pas op, en ik haast me naar mijn boekenkast om te zien hoe dat met andere door mij vertaalde verhalenbundels is.)

Bij De liefdesval van Bernhard Schlink – van wie ik eerder De voorlezer vertaalde, heeft uitgeverij Ambo netjes vermeld dat het om verhalen gaat. (De bundel is later herdrukt bij uitgeverij Cossee). En ook de bundel Liefdes van Irene Dische, in 2008 verschenen bij uitgeverij Querido vermeldt het genre ‘verhalen’. Liefdes van de Amerikaans-Duitse Irene Dische kan ik naast de verhalen van Schlink van harte aanbevelen. De bundel bergt grote verrassingen.



Alice


De aanbeveling geldt ook, daarop wil ik nogmaals wijzen (wie weet is het niet genoeg overgekomen) voor Alice van Judith Hermann. Het is de kunst van de auteur dat zij in een sobere stijl, zeer onnadrukkelijk, bijna sluipenderwijs, de lezer in de greep krijgt. In de greep van wat? Van de onzekere, dolende, mijmerende Alice, die een vrouw is zonder markante eigenschappen en zonder een duidelijke biografie. Wat de fascinatie van de verhalen uitmaakt, is de dood die rond Alice waart, op afstand steeds, maar tot in elk van haar handelingen en observaties aanwezig. Aan de onderhuidse spanning die dat oplevert valt niet te ontkomen.


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn