Kawabata - Nagels in de ochtend (1971)

Next

Uitgeverij Meulenhoff

Korte verhalen / Kort genoeg voor de palm van je hand

Ton Rozeman herleest Kawabata

De Japanner Kawabata raakte al jong ál zijn familieleden kwijt, die vervolgens door zijn verhalen kwamen spoken.

Afstand bewaren – daarover gaat het in de verhalen van de Japanse Nobelprijswinnaar Yasunari Kawabata. Man en vrouw houden afstand, het kind en zijn ouder ook, want als je toegeeft aan het verlangen om die afstand te overbruggen, raak je beschadigd: omdat je de ander vroeg of laat toch verliest. En dat is nog de meest optimistische visie: er wordt immers verondersteld dat je die ander hebt kunnen bereiken. Vaak zit zelfs dát er niet in.

Kawabata kon het weten – hij kreeg niet voor niets de bijnaam ’meester van de begrafenissen’. Als tweejarige verloor hij zijn ouders aan tbc. Enkele jaren later overleden zijn enige zus en zijn grootmoeder.

Hij werd opgevoed door zijn blinde grootvader, en na diens overlijden ging hij naar een kostschool. Daar leerde hij op zichzelf te zijn en troost te zoeken in de natuur. Misschien dat hij daarom later van zijn huis een dierenverblijf maakte. Op een gegeven moment had hij negen honden en zoveel vogels dat het niet anders kon of er ging er geregeld één dood. Buurtbewoners zagen hem vaak een vogel begraven.

Wat betreft zijn overleden familieleden: het kon niet anders of ze gingen door zijn verhalen dwalen, zoals in ’Het geurende meisje’ (1960). Daarin spreekt de 17-jarige studente Amiko geregeld af met haar vriend Mitsumara. Ze houdt niet van de nieuwsgierige blikken van andere mensen, en daarom kiest ze voor de ontmoetingen een oude tempel uit waar haar familie ligt begraven. Ook haar moeder ligt daar. Maar bij Mitsumara ,,ontbrak de behoefte om de familiegraven van zijn geliefden te bezoeken’’. ,,Hij was er ook eigenlijk niet erg blij mee, dat een oude tempel met de graven van Amiko’s familie voor hun afspraken dienen moest. Er kwamen weinig mensen langs. Dat was het enige voordeel, vond hij.’’ Amiko moet het niet alleen stellen zonder een moeder, maar ook zonder een vriend die daadwerkelijk belangstelling voor haar en haar familie heeft.

Net zo indringend en veel surrealistischer is het drie pagina’s tellende ’De goudvissen op het dak’ (1926). Het meisje Chiyoko woont bij haar stiefvader en zorgt met toewijding en angst voor zijn zes aquaria, die ’als doodskisten’ op het dak staan. Als haar stiefvader is gestorven, verschijnt haar moeder ten tonele. ,,Ze wist niet waar haar moeder ineens vandaan gekomen was. Die stond daar met haar grauwe gezicht naast de waterbakken. Ze kauwde op een sluierstaartgoudvis. De lange staart hing als een glibberige tong uit haar mond. Ze keek Chiyoko zonder haar te herkennen aan en schrokte de goudvis naar binnen.’’ Dan valt de moeder achterover op de tegels. ,,Ze stierf met de goudvis in haar mond. En daarmee werd Chiyoko vrij, verlost van alles, van haar vader, haar moeder. Ze herwon haar jeugd en ging op weg naar het geluk.’’

Dit verhaal is een voorbeeld van wat Kawabata een ’handpalmverhaal’ noemt: een verhaal dat zo kort is dat je het – toegeven: met enig gepriegel en met behulp van een vergrootglas – in de palm van je hand kunt schrijven. Je zou de term ook kunnen zien als een verwijzing naar de lijnen in je hand, waarin je leven zich, misschien wel, misschien niet, aftekent.

Max Pam merkte in een bespreking op dat de prachtigste borsten ook precies in de palm van een hand passen. In Kawabata’s verhalen speelt erotiek inderdaad vaak een rol – dat thema past ook in zijn visie dat het nodig is om afstand te bewaren als je niet beschadigd wil raken.

Cornelis Ouwehand heeft in ’Nagels in de ochtend’ dertien verhalen van verschillende lengte gekozen die het hele werk representeren. Klein nadeel is dat de verhalen zó divers zijn, dat het soms moeilijk overschakelen is. Wie naar meer en gelijksoortiger verhalen verlangt kan terecht bij de nog steeds verkrijgbare Engelstalige bundel ’Palm-of-the-hand-stories’(North Point Expres, New York, 1988). Hierin zijn ruim zeventig handpalmverhalen opgenomen. Vaak zijn ze hooguit twee bladzijden lang, maar als je ze uit hebt, kun je nauwelijks geloven dat je echt zo’n korte tekst hebt gelezen, terwijl er toch een verbijsterende wereld voor je is opengegaan.

© Trouw 2009, op dit artikel rust copyright.

ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn