Dalton Trevisan - De zoete vijandin (1992)

Uitgeverij Meulenhoff


boekrecensies | literatuur

15 april 2006

Ton Rozeman


Wee jou, João als je niet oppast


Wie de ultracompacte verhalen van de Braziliaan Trevisan leest, heeft het gevoel een ongeluk bij te wonen. Je zit er meteen middenin. Favoriete rampspoed is een bord bonensoep waar glas in zit.


In de verhalen van Dalton Trevisan klinkt regelmatig brekend glas. Soms vanwege een auto-ongeluk, zoals in 'De waanzinnige weduwe'. Soms omdat er glas wordt vermalen voor in de bonensoep - altijd bonensoep - van de overspelige echtgenoot, of omdat er een voorwerp op een hoofd wordt stukgeslagen. Rudy Kousbroek schreef erover: 'Je blijft soms achter met het gevoel dat je niet een verhaal hebt gelezen, maar een ongeluk hebt bijgewoond.'


Misschien heeft het ermee te maken dat Trevisan zelf ternauwernood een auto-ongeluk heeft overleefd. Op twintigjarige leeftijd belandde hij met een schedelbasisfractuur in het ziekenhuis. Hij bracht daar een maand door en besloot schrijver te worden.


Sindsdien heeft hij meer dan vierhonderd zeer korte verhalen en een paar romans op zijn naam gezet. In Brazilië en Portugal (hij schrijft in het Portugees) is hij een gelauwerd schrijver. Hier in Nederland is hij onbekend gebleven, ondanks de positieve woorden van Kousbroek, en ondanks prachtige vertalingen van August Willemsen.


Trevisans verhalen hebben een vliegende start. Vernieuwde Tsjechov het verhaal een eeuw eerderdoor in medias res te beginnen, Trevisan zet de versnelling een paar tandjes hoger en verplaatst ons meteen midden in de rampspoed. Een paar openingszinnen uit de verzamelbundel 'De zoete vijandin': “Wee jou, als je niet oppast rukt ze de oren van de theekopjes, begiet ze de viooltjes met warm water, gooit ze poes met de kleintjes uit het raam“ ('Wee jou, João'). “Enige dochter, verwend, verloofde Maria zich op haar vijftiende, tegen de zin van haar vader“ ('De waanzinnige weduwe').


Die vaart houdt Trevisan er in het vervolg van de verhalen in. Neem het drie pagina's tellende 'De waanzinnige weduwe'. In de korte eerste alinea verlooft Maria zich met João, trouwt ze met hem, en put ze hem met haar nymfomanie volledig uit. Een halve bladzijde later - ze hebben inmiddels vier kinderen - komt João tijdens een ongeluk om het leven, en belandt Maria in het gesticht. Om die opname te schetsen heeft Trevisan maar een paar woorden nodig: “Halfjaar krankzinnig, opgenomen in Huize Onze Vrouwen van het Licht. Moeder zorgde voortreffelijk voor de kleinkinderen. Negen electroshocks en Maria kon naar huis.“ In drie zinnen het gesticht in en uit.


De snelheid in Trevisans verhalen onstaat niet alleen door een rappe opeenvolging van gebeurtenissen. Ook de schrijfstijl levert een bijdrage. Trevisan formuleert - zeker in zijn latere werk - soms kort door de bocht en tegelijkertijd uiterst precies. Als de grammatica hem in de weg zit om het krachtig te kunnen zeggen, dan gooit hij die een enkele keer overboord, overigens zonder de leesbaarheid geweld aan te doen. Zijn zinsdelen vliegen je dan om de oren als glassplinters.


Om misverstanden te voorkomen: Trevisan is niet een schrijver die neerbuigend het leed van anderen tentoonstelt. Hij lijkt te willen zeggen: vandaag zit jij in de rotzooi, morgen kan het mijn beurt zijn.


In het ene verhaal is João de klos, in het andere Maria, vaak loopt het met beiden slecht af. De namen João en Maria komen in veel verhalen voor, zonder dat het over steeds dezelfde João en Maria gaat. Zie het als een commedia del'arte, of het als het spel van Jan Klaassen en Katrijn, hoewel die Nederlanse namen een oubolligheid aankleeft die de personages van Trevisan vreemd is. De terugkerende namen lijken te onderstrepen dat het niet uitmaakt wie je bent of hoe je heet - we zijn allemáál João en Maria, er is geen ontsnappen aan de ellende.


En niet alleen namen keren terug, ook gebeurtenissen doen dat. De bonensoep met gemalen glas - Trevisan trekt er met regelmaat een blik van open. Zoals August Willemsen in zijn nawoord stelt: “Wanneer het ergste dat mensen elkaar kunnen aandoen bestaat uit het malen van glas door de bonensoep, dan zal dit niet, ter wille van de afwisseling, worden vervangen door een andere gruweldaad“.


Willemsen vertaalde ruim zeventig verhalen van Trevisan en verzamelde die in 'De zoete vijandin', dat helaas alleen nog antiquarisch verkrijgbaar is. Dit sprankelende werk verdient het om opnieuw te worden uitgebracht en te worden aangevuld met de honderden verhalen die nog niet in het Nederlands zijn vertaald.


© Trouw/Ton Rozeman, op dit artikel rust copyright. 

ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn