Alice Munro - Het uitzicht vanaf Castle Rock (2008)

Deze bespreking is geschreven door Roland De Blende

Interessante links Alice Munro

Alice Munro (Wingham, Ontario, 1931) woont en werkt afwisselend in Clinton, Ontario en Comox, British Columbia. Haar werk werd bekroond met talloze literaire prijzen. Ze won de Man Booker International Prize 2009, een tweejaarlijkse prijs die wordt uitgereikt als bekroning voor het gehele oeuvre van een internationale fictieschrijver. 


Het oeuvre van Alice Munro omvat naast bloemlezingen de in 1971 als roman gepubliceerde gelinkte verhalen Lives of Girls and Women en 12 verhalenbundels : 

Dance of the Happy Shades, 1968 

Something I’ve Been Meaning to Tell You, 1974 

Who Do You Think You Are?, 1978 – in de VS gepubliceerd als The Beggar Maid: Stories of Flo and Rose (Wie denk je dat je bent?, Goossens, 1987) 

The Moons of Jupiter (De manen van Jupiter, Goossens, 1988) 

The Progress of Love (Liefdesvorderingen, Goossens, 1990) 

Friend of My Youth (Vriendin van mjin jeugd, Anthos, 1991)

Open Secrets, 1994 

The Love of a Good Woman, 1998 (De liefde van een goede vrouw, De Geus, 2000)

Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage, 2001 (Liefde slaapt nooit, De Geus, 2003) 

Runaway, 2004 (Stilte, De Geus, 2005) 

The View from Castle Rock (Het uitzicht vanaf Castle Rock, De Geus, 2008)

Too much happiness, oktober 2009. 


Bespreking van de bundel Het uitzicht vanaf Castle Rock 


Het uitzicht vanaf Castle Rock bestaat uit twee delen.


Het eerste deel van de verhalen vanaf Castle Rock beschrijft de geschiedenis van de voorouders van Alice Munro (geboren Laidlaw) van in de 18de eeuw, toen ze nog in het Schotse Ettrick Valley woonden, over hun overtocht naar Canada in de 19de eeuw tot hun lotgevallen in de jaren en de eeuw daarna toen ze zich in dit land vestigden en er een bestaan opbouwden. Zo vernemen we dat de schrijver James Hogg een verre verwant van Munro is, dat een aantal voorouders een dagboek in de een of andere vorm bijhielden waaruit de verteller geregeld hele passages citeert, en zelfs dat Munro’s vader op gevorderde leeftijd niet alleen zijn herinneringen neerpende maar zelfs een roman schreef. Zoals Munro in haar voorwoord zelf aangeeft, ‘het deel van dit boek dat een familiegeschiedenis genoemd kan worden, is tot fictie uitgedijd, hoewel ik altijd binnen de grenzen van het waargebeurde ben gebleven.’ Opvallend hierbij is dat er in de meeste van deze verhalen een soort alwetende ik-verteller aan het woord of op de achtergrond aanwezig is, wat voor een bijzondere leeservaring zorgt.


De verhalen in het tweede deel van Het uitzicht vanaf Castle Rock zijn autobiografischer van aard en beschrijven een vrouwelijke hoofdpersoon op verschillende keerpunten in haar leven. Zo gaat de hoofdpersoon op zeventienjarige leeftijd tijdens de zomervakantie uit werken als dienstmeisje bij het gezin van een bankdirecteur en komt er in contact met een wereld van rijken die niet alleen totaal verschilt van de hare maar waarvan ook tijdschriften en boeken deel uitmaken. Of als ze op het punt staat te trouwen, beschouwt de hoofdpersoon de huwelijken van haar ouders, haar grootouders en haar groottante Charly; hoewel tante Charly de enige lijkt die een liefdevol huwelijk had, is het net zij die de hoofdpersoon geld toestopt voor het geval deze zich op het laatste moment zou bedenken. Munro zelf over deze verhalen : ‘Wat ik daarin deed, kwam dichter in de buurt van een autobiografie, waarbij ik een leven, mijn leven, onder de loep hield zonder me in alles aan de feiten te houden. Ik had mezelf als middelpunt genomen en geprobeerd zo indringend mogelijk over dat zelf te schrijven.’ 


Citaat 

‘We kunnen het niet laten om in het verleden rond te neuzen, onbetrouwbare bewijzen door te pluizen, losse namen, twijfelachtige data en anekdotes aan elkaar te rijgen en ons aan bijna niets vast te klampen, omdat we per se met dode mensen verbonden willen zijn en daardoor met het leven.’ 

(citaat uit de epiloog Boodschapper)


Bespreking van het verhaal Thuis 

volgt binnenkort. 


Droge feiten 381 pagina’s; 11 verhalen; kortste 17 pagina’s, langste 64; 6 verhalen in de verleden tijd, 1 verhaal in de tegenwoordige tijd en 4 verhalen afwisselend in de verleden en de tegenwoordige tijd; de meeste verhalen in de 1ste persoon (o.a. door het gebruik van een soort alwetende ik-verteller); de hoofdpersonen zijn voorouders, familieleden en mensen uit de omgeving van de auteur en – hoewel deze nooit bij naam wordt genoemd – de auteur zelf. 


Deze bespreking is geschreven door Roland De Blende.


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn