Yiyun Li -Tuinstraat 3

Previous

door ShortStory.nu-redacteur Roland De Blende


Korte samenvatting 

Meilan en meneer Chang verhuizen naar Tuinstraat 3, zij als tienjarig kind, hij halverwege de twintig als pasgehuwde. Jaren later neemt Meilan, voor de tweede keer gescheiden, opnieuw haar intrek in haar wooneenheid in Tuinstraat 3. Als kort daarna meneer Changs vrouw aan kanker overlijdt, hoopt Meilan dat meneer Chang haar zal opmerken in de plaatselijke dansclub. Maar twaalf jaar lang negeert hij haar en danst hij met andere vrouwen. Als meneer Chang drie avonden na elkaar niet langskomt in de dansclub besluit Meilan bij hem langs te gaan om poolshoogte te nemen. 



Enkele feiten

18 pagina’s verdeeld over 4 door een witregel gescheiden tekstblokken waarvan 3 de voorgeschiedenis (de zogenaamde backstory) vertellen en 1, het laatste, dat 10 pagina’s telt, het eigenlijke verhaal 

alwetende verteller met afwisselende focus van hij- naar zij-vorm; deze afwisselende vertelvorm sluit aan bij de inhoud van het verhaal : als lezer kom je de gedachten van beide personages te weten, zoals de verteller aangeeft, ‘alsof het een spelletje pingpong was dat met tactische manoeuvres te winnen was.’ 

vrouwelijke hoofdpersoon van middelbare leeftijd (ouder dan vijftig) en mannelijke ‘tegenspeler’ van 15 jaar ouder 

vertelde tijd : na een ‘aanloop’ van 3 tekstblokken, die enerzijds de evolutie schetst van de Tuinstraat en haar omgeving van vijfenveertig jaar geleden tot het verhaalheden en anderzijds de voorgeschiedenis van de personages uit de doeken doet, speelt het eigenlijke verhaal in 1 laatste tekstblok op een avond eind april van iets voor vijf uur in de namiddag tot de schemering invalt. 

locatie : de Tuinstraat en omgeving (Tuinstraat 3 met de wooneenheden van Meilan en meneer Chang, Moon River, het park aan de rivier en de dansclub de Avondschemeringsclub in het park aan de rivier)

voornaamste personages : Meilan en meneer Chang. 



Klassieke opbouw 

Tuinstraat 3 is inhoudelijk opgebouwd rond een klassiek conflict : het verlangen van de hoofdpersoon wordt gedwarsboomd door een obstakel, wat zorgt voor een conflict in de ruime betekenis van het woord. Concreet : Meilan verlangt ernaar te dansen en een relatie te beginnen met meneer Chang, maar deze negeert haar en danst ondertussen met andere vrouwen, wat Meilans geluk in de weg staat. 


Ook de verhaaltechnische opbouw is klassiek. Het verhaal opent met een voorgeschiedenis (zie ook : vertelde tijd) die zowel de evolutie van de Tuinstraat en haar omgeving als de levens van de personages schetst. Zodra het eigenlijke verhaal van start gaat, volgt – alweer – een klassieke opbouw, ditmaal rond een aantal keerpunten. Om te beginnen, de point of attack : net wanneer de vaste klanten van de Avondschemeringsclub besluiten vier- in plaats van tweemaal per week samen te komen, daagt meneer Chang niet meer op. Hierop besluit Meilan ‘dat het haar taak als buurvrouw was om poolshoogte te gaan nemen’. Hierop volgt de point of no return. Ze klopt bij hem aan en als hij opendoet, gaat ze binnen en blijft voor het raam staan terwijl hij zich verkleedt. Er is geen weg terug. 

Ondertussen is meneer Chang danig van streek doordat Meilan hem aansprak met zijn bijnaam ‘Oom Dikkerd’ : ‘Zijn vrouw noemde hem ook altijd zo, en dan antwoordde hij met “Tante Dikkerd”’. Als meneer Chang zich heeft omgekleed, halen Meilan en meneer Chang herinneringen op aan de ondertussen verdwenen varkenskotten en hun respectieve flats, waarna een derde keerpunt volgt : als meneer Chang Meilan vraagt ‘of ze thee wilde, en toen ze ja zei, was hij ontzet omdat ze kennelijk vastbesloten was om langer te blijven’. 

Bij zijn terugkomst in de kamer informeert Meilan naar meneer Changs overleden vrouw en of hij er al eens aan gedacht heeft om te hertrouwen. ‘Hij schudde zijn hoofd zonder verdere uitleg te geven. In plaats daarvan informeerde hij naar haar huwelijk en kinderen, alsof het een spelletje pingpong was dat met tactische manoeuvres te winnen was.’ Dit pingpongspel gaat de rest van het verhaal door met de bijbehorende focuswijzigingen, die ons informeren over de gevoelens van de twee personages voor elkaar. Bij meneer Chang evolueren deze gevoelens gaandeweg van afkeer van naar sympathie voor Meilan doordat deze hem op verschillende punten aan zijn vrouw doet denken. 

Een vierde keerpunt : als ‘meneer Chang vroeg of Meilan nog een kopje thee wilde, wist ze dat haar tijd bijna voorbij was’ en ze vraagt of hij nog altijd muziek maakt, ‘een gretige vraag over het eerste onderwerp dat haar te binnen schoot.’ Vervolgens informeert ze ‘naar het vreemde instrument dat ze nooit had gezien.’ Meneer Chang ‘keek haar aan alsof hij zich verbaasde over haar geheugen en liep zonder iets te zeggen de woonkamer uit’ en komt terug met een banjo. Hij speelt ‘wat wijsjes van vroeger’ en Meilan ‘begon langzaam op de muziek te bewegen’, wat meneer Chang alweer doet denken aan zijn vrouw : enerzijds vermoedt hij dat Meilan vast niet hetzelfde als zijn vrouw voelt voor zijn muziek en anderzijds bedenkt hij dat Meilan misschien wel onfatsoenlijker en schaamtelozer is dan zijn vrouw, wat in zijn ogen niet per se een slechte zaak hoeft te zijn. 

Omdat het ‘veertig jaar geduurd’ heeft ‘voordat hij voor haar op de banjo had gespeeld, en geen van beiden (…) nog veertig jaar te verknoeien’ heeft, stelt Meilan voor om in één flat te gaan wonen en de andere te verkopen. Weer een keerpunt. Meneer Chang realiseert zich ‘dat hij zich niet eens zo geschrokken of beledigd toonde als hij zou moeten.’ Hij oppert enkele bezwaren, die Meilan gemakkelijk weerlegt, en lijkt in te stemmen met haar argumenten. 

Daarna begint hij weer banjo te spelen. ‘Vroeg of laat zou een van hen beiden moeten opstaan om de lamp aan te doen, maar voorlopig beschouwde hij zichzelf liever als iemand die in beslag werd genomen door een prettige bezigheid : een oud wijsje spelen op een nog oudere banjo.’ 



Locatie

De locatie in het verhaal beklemtoont de veranderde wereld : de Tuinstraat, het bakstenen gebouw nummer 3, de wooneenheden en de omgeving hebben de voorbije vijfenveertig jaar een grote verandering ondergaan. Li gebruikt de techniek van het contrast (zie : contrast) om deze verandering in de verf te zetten. 



Contrast

Li werkt in dit verhaal met heel wat contrasten om de thema’s van haar verhaal – de verander(en)de wereld en de liefde – extra kracht mee te geven. Enkele voorbeelden. 


1. Personages


a. Contrast tussen personages


Er is een sterk contrast tussen Meilan en meneer Chang. 


Meilan

is de jongste en slankste vrouw van de Avondschemeringsclub

heeft de bijnaam Kleine Goudvis, ‘ook al was ze veel te oud voor zo’n kinderachtige bijnaam’ 

is 15 jaar jonger dan meneer Chang

is een alleenstaande vrouw van middelbare leeftijd, kinderloos en voor de tweede keer gescheiden, die danst met getrouwde oude(re) mannen 

wil dansen met meneer Chang 

houdt meneer Chang al jaren nauwlettend in de gaten

heeft haar flat destijds gekocht voor haar ouders 

maakt een verzorgde indruk : ze ‘had haar lievelingsblouse van saffierblauwe zijde aangetrokken, met bijpassende rok’.


Meneer Chang 

was als twintiger ‘een forse jongeman, maar verre van dik’

heeft de bijnaam Oom Dikkerd

is 15 jaar ouder dan Meilan

is weduwnaar naar een huwelijk van 33 jaar, heeft 2 zoons en gaat uit met vrouwen die 15 of 20 jaar jonger zijn

wil niet dansen met Meilan : ‘Een konijn moet niet het gras rond zijn hol opeten’ 

negeert Meilan  

kan zich, nadat hij voor zijn beide zoons een grotere, modernere flat heeft gekocht, enkel nog zijn flat op nummer 3 veroorloven 

maakt een onverzorgde indruk : hij draagt aanvankelijk een ‘onderhemd met ronde hals en versleten boek’ en heeft daarna ‘zijn overhemd aan, tot bovenaan dichtgeknoopt, en Meilan moest zich inhouden om niet te zeggen dat de punt van zijn hemd uit zijn broek hing.’ 



b. Contrast binnen personages

We krijgen ook een genuanceerd, contrasterend beeld van de hoofdpersoon. Zo is er een duidelijk contrast tussen hoe Meilan over zichzelf denkt en hoe andere personages over haar denken. 

‘Als ze het over haar succes op het gebied van onroerend goed had, werd ze steevast gecomplimenteerd : ze was een geluksvogel, zei een van de mannen die graag goedkeurend knikten op alles wat Meilan zei. Ze had inderdaad geluk, zei ze, zonder kinderen die haar rug verpestten en zonder man die haar hart kon breken.’ 

Meilan is volgens meneer Chang een vrouw die weinig begreep, een antigif tegen dood en eenzaamheid. 

Meneer Chang ‘kon niet het verband leggen tussen deze vrouw en het jonge meisje dat zijn vrouw ooit erg emotioneel en verdrietig voor een kind van die leeftijd had genoemd. Hij twijfelde nooit aan wat zijn vrouw zei (…) maar kon ze zich wat dit meisje betrof misschien hebben vergist, of was alleen de tijd in staat geweest om het ernstige, treurige meisje om te toveren tot deze luidruchtige en vulgaire vrouw ?’ 

Als Meilan haar ouders ‘zeer geïnteresseerd’ vraagt of meneer Changs vrouw nog leeft, schrikken haar ouders ‘van haar ongepaste nieuwsgierigheid, antwoordden dat ze te oud waren om de gezondheid van mensen te bespreken met de ongevoelige nieuwe generatie.’  

‘(…) maar deze vrouw, met haar blinde vrolijkheid en luide stem, kon in deze muziek vast niet voelen wat zijn vrouw had gevoeld.’ 

 ‘“Het leven gaat door, maar een oude buurvrouw wordt vergeten,” zei Meilan. Ze vroeg zich af of ze als een gekwetste vrouw klonk.’ 

‘Meilan was de jongste en slankste vrouw van de Avondschemeringsclub’

Meilan is ‘zich jaren geleden bewust (…) geworden van haar eigen, minder aantrekkelijke uiterlijk.’ 



2. Locatie

Li gebruikt de techniek van het contrast om de verandering van de wereld in de verf te zetten. Het contrast belicht vooral de verandering die de locatie in de loop der tijd heeft ondergaan, het verschil tussen heden en verleden, zeg maar. 


a. Contrast tussen locaties

Verleden

‘De Tuinstraat was toen nog een smal zandpaadje, met een veldje met radijsjes aan de ene kant en een veld tarwe ertegenover.’ 

Waar nu een man zijn Lexus wast en poetst, bevonden zich vroeger varkenskotten. 


Heden 

‘nummer 3 (…) stond verloren tussen twee hoge gebouwen met opeenvolgende nummers’ 

‘de ramen lagen in de schaduw van het hoge naastgelegen flatgebouw.’ 

‘nu nummer 3 in het niet verzonk bij de hoge flats aan weerszijden van het gebouw en er in de Tuinstraat vaak een file stond van toeterende auto’s’ 

een man is ‘zijn spiksplinternieuwe Lexus aan het wassen (…) in het steegje tussen nummer 3 en het naastgelegen gebouw’. 



b. Contrast binnen locaties

Verleden  heden 

‘De Tuinstraat was toen nog een smal zandpaadje, met een veldje met radijsjes aan de ene kant en een veld tarwe ertegenover.’ 

 De Tuinstraat is een vierbaansweg geworden met aan weerszijden vele winkels en flatgebouwen.


‘Nummer 3 was een bakstenen gebouw van drie verdiepingen, het eerste huis dat aan de Tuinstraat werd gebouwd.’ 

 ‘nummer 3, waarvan de rode gevel donkerder was geworden van het roet en was gescheurd door een grote aardbeving twintig jaar eerder’ 


Langs de Tuinstraat loopt een ‘modderige, naamloze beek’

 De beek is veranderd in ‘een door mensen uitgegraven rivier (…) die Moon River heette, genoemd naar een Amerikaans liefdesliedje’.  


‘vroeger, toen er nog geen gasleidingen waren aangelegd op nummer 3 en de gasflessen op de bon waren’ 

(…) ‘was deze flat op nummer 3, met de rammelende leidingen, scheurende muren en de vuilstortkoker die al jaren geleden afgedicht was maar nog steeds vliegen aantrok’ 



Titel en thema

De titel sluit aan bij het thema van de verander(en)de wereld, die wordt verpersoonlijkt door Tuinstraat 3. Nummer 3 is overigens ‘het eerste huis dat aan de Tuinstraat werd gebouwd. Ook het eerste huis dat een nummer kreeg, al werd er nooit een reden gegeven waarom ze met de telling niet bij het begin waren begonnen.’ Maar alle veranderingen de afgelopen vijfenveertig jaar ten spijt ‘ontbraken de eerste twee nummers’ nog altijd. Wil de auteur hiermee aangeven dat Meilan en meneer Chang, hoewel ze hun liefdesleven niet van bij het begin met elkaar zijn begonnen en dit altijd zo zal blijven – zoals de ontbrekende huisnummers – van nu af aan wel bij elkaar blijven ? De tekst van het Amerikaanse liefdesliedje Moon River ‘You dream maker, you heartbreaker/Wherever you’re going I’m going your way’ bevestigt in elk geval deze interpretatie. 

De titel geeft ook aan dat liefde – een ander thema – net als Tuinstraat 3 alle veranderingen en meer bepaald de tand des tijds kan weerstaan en onverklaarbaar, mysterieus en belachelijk blijft zoals ‘een liefdesverhaal dat veertig jaar te laat werd verteld (…) alleen maar belachelijk’ kan zijn. 



Symbool

De banjo heeft symbolische waarde. Als tienjarig kind wordt Meilan verleid door de klanken uit ‘een exotisch ding’ dat ze ‘nog nooit had gezien’ : ‘De muziek uit dat instrument klonk anders dan de aangename serenades van de viool (…); het was luid, met een vrolijk ritme, maar het waren die liederen die binnen de kortste keren Meilans hart braken.’ Vijfenveertig jaar later in meneer Changs flat is dit ‘vreemde instrument dat ze nooit had gezien’ haar laatste reddingsboei om de tijd in meneer Changs bijzijn te rekken. ‘Als dit haar enige kans was om hem te spreken, moest ze dat mysterie maar gelijk proberen op te lossen.’ Het instrument blijkt een banjo te zijn en meneer Chang de enige banjospeler van de stad. Als hij wat wijsjes van vroeger speelt, begint Meilan te dansen. De hele scène doet meneer Chang denken aan zijn overleden vrouw, wat bij hem de liefde of op zijn minst de genegenheid voor Meilan doet openbloeien. Op die manier bekeken staat de banjo symbool voor het mysterie, de roesverwekkende en verwoestende kracht van de liefde die harten doet breken… of samensmelten. 


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn