Tobias Wolff - Next Door

Bespreking van openingsverhaal Our Story Begins - Gekozen tot bundel van oktober 2009

Bespreking door Robert Andreas. Lees ook de bespreking van Cathelijn Schilder.



Next Door - Mijn mening

Tobias Wolff laat de schrijnende werkelijkheid op een lichte, humoristische manier zien. In zijn verhalen geen uitzichtloze dronkemannen en uitschot, maar gewone mensen, waartegen het leven minstens zo wreed is. Wat ik zo mooi vind aan zijn verhalen is dat Wolff, ondanks alle gebreken die zijn karakters hebben, en ondanks de vreselijke dingen die hij ze laat doen en zeggen, toch van ze houdt.

Het bijzondere van Next Door is dat een groot deel van de tekst bestaat uit het navertellen van twee films. Het lijkt alsof het werkelijke verhaal zomaar halverwege eindigt, en overloopt in de filmbeschrijvingen. Maar juist daarin laat Wolff zijn thema’s tot uiting komen. (ShortStory.nu/Robert Andreas)


Next Door - De feiten

6 pagina’s, ik-vorm, tegenwoordige tijd, mannelijke hoofdpersoon, leeftijd onbekend (waarschijnlijk ouder), tijdspanne: enkele uren in een nacht, locatie: slaapkamer, voornaamste personages: hoofdpersoon en zijn vrouw; bijrollen voor buurman en buurvrouw.


Next Door - Korte samenvatting

Man en vrouw worden wakker van ruzie bij de buren; ze praten wat en kijken naar een film op tv. De vrouw komt bij de man in bed liggen, de man wil vrijen maar de vrouw niet. De man denkt aan eerdere ruzies van de buren en mijmert over het leven, gaat liggen in het bed van zijn vrouw en verzint een eigen film.


Next Door - Plaats in de bundel Our Story Begins

Next Door is niet alleen het openingsverhaal van de bundel In the garden of the North American Martyrs, maar ook van de onlangs verschenen bloemlezing Our Story Begins. Het is dus waarschijnlijk een belangrijk verhaal voor Wolff.


Next Door - Spanning


point of attack

Vanaf de eerste zin is er de angst: I wake up afraid. Reden: ‘ze’ zijn weer bezig. ‘Ze’ blijken de buren te zijn die ruzie maken. De hoofdpersoon/verteller kan maar beter niet bij het raam gaan staan. ‘Be careful,’ zegt zijn vrouw iets later. 

De angst voor de buren is niet onterecht. De buurman slaat zijn vrouw, mishandelt de hond, en toont zijn minachting voor de hoofdpersoon door over zijn bloemen heen te plassen. Klagen over de overlast is onmogelijk, want dan wordt de kat misschien vergiftigd. We kunnen dus al meteen geen kant op. Tegelijkertijd relativeert Wolff de angst door humor:

I say, 'I'm going to call the police,' knowing she won't let me.

     'Don't,' she says.


verergering van de ellende

Wolff wrijft de misère goed in; als het erg is, kan het nog erger. De scene waarin de verteller door het slaapkamerraam kijkt heeft 4 stappen:


1. de buurman doet zijn behoefte tegen het hek, over de bloemen die de hoofdpersoon heeft neergezet.

2. maar niet zomaar: hij gaat van links naar rechts, langs het hele hek, en hij mist er niet één.

3. vervolgens blijkt dat dit niet alleen nu, maar vaker gebeurt: ‘Not again?’

4. en dan blijkt dat de buurman niet alleen vaker op de bloemen plast, maar ook poept.


In eerste instantie lijkt vooral de vrouw last van de angst te hebben. Zij is degene die bang is dat de buren de kat zullen vergiftigen als ze klaagt, en die haar man zegt dat hij voorzichtig moet zijn. Maar door de aanhoudende lijdelijkheid van de man verschuift dat: op geen enkel moment onderneemt de verteller iets tegen de buurman, hoe erg het ook wordt. Hoewel hij zijn angst, behalve in de eerste zin, nergens expliciet uitspreekt, wordt duidelijk dat ook hij niet durft in te grijpen.

De hele scene wordt nog ellendiger doordat de hoofdpersoon en zijn vrouw de handelingen van de buurman alleen kunnen uitdrukken in kinderlijke eufemismen: ‘goes to the bathroom on the flowers’ en ‘Number one or number two?’, waardoor de passiviteit extra tragisch wordt.


keerpunten

blz.3: I turn on the television. De verteller maakt ons een aantal dingen over zichzelf en zijn vrouw duidelijk: ze slapen in gescheiden bedden, de vrouw is erg ziek geweest en is door de man verzorgd.


blz.4: 'Hey,' she says. 'No Geography. Not tonight.' Hier worden de plannen die de man misschien mocht hebben, vakkundig de grond in geboord. Het is, na het Don’t van de eerste bladzijde, duidelijk wie er de baas is. 


blz.5:  I get up and fuss with the plants for a while. De vrouw is in slaap gevallen, en de man is alleen met zijn gedachten.


Het is moeilijk te bepalen welke van deze keerpunten als het point of no return kan worden aangemerkt. Misschien wel niet één van deze drie, maar:


blz.2: 'Not again.' Op dit punt is duidelijk dat deze situatie al veel langer bestaat dan vandaag, en dat er geen verandering in zal komen; in elk geval niet door ingrijpen van de hoofdpersoon of zijn vrouw.


Next Door - Personages van vlees en bloed


vluchten

De hoofdpersoon is ook de verteller van het verhaal. Hij beschrijft de scenes, maar weeft daar zijn eigen gedachten en meningen ertussendoor. Het wisselen tussen de scene en de overpeinzing gebeurt vaak niet zomaar, maar is een vlucht uit de werkelijkheid.


Als de hoofdpersoon eindelijk rechtstreeks door zijn vrouw wordt geconfronteerd met zijn passieve opstelling (Between him and the dog It's a wonder you can get anything to grow out there.), reageert hij niet op haar woorden, maar vlucht hij in een gedachte: de overpeinzing over de zuurgraad van menselijke en dierlijke plas. En andersom: als de gedachte aan zijn vernietigde bloemen hem te pijnlijk wordt, vlucht hij daarvoor weg, door juist weer terug te keren in de scène: Listen to that


Ander voorbeeld: ‘Forget it. I said I was sorry’ is de enige keer dat de man iets onaardigs tegen zijn vrouw zegt. Dit wordt echter niet gevolgd door een handeling, een uitleg, een verder gesprek, maar door de beschrijving van de film op tv te hervatten: hij gaat verder waar hij gebleven was, alsof er niets gebeurd is. Hierdoor ontstaat spanning tussen de hoofdpersoon en zijn vrouw, en tussen de hoofdpersoon en de lezer. De dingen worden niet opgelost maar uit de weg gegaan.


kinderlijk

Dat vluchten uit de werkelijkheid wordt geïllustreerd door het enigszins kinderlijke gedrag van de hoofdpersonen. Naast de eufemistische taal in de scene over de buurman en de planten is er de geography als metafoor voor sex, en het quasi formele, clichématige taalgebruik van de man (ditto; Amsterdam, Holland) en terzijdes (...and excuse me, but...). En natuurlijk de kinderlijke plot en boodschap van de door de man zelf verzonnen film. 

Deze wat naïeve manier van praten lijkt vooral bij de man te liggen, maar de vrouw doet er wel aan mee. Niet alleen door serieus op de eufemismen in te gaan ('No Geography’), maar ook door, als een kindje, bij haar man in bed te willen komen: 'Can I come over?' she says. 'Just for a visit?'


Next Door - Thema's


sex en de onbereikbaarheid daarvan

De verteller wil vrijen met zijn vrouw:

I don't mean for it to happen but before long old Florida begins to stiffen up on me. I put my arms around my wife. I move my hands up onto the Rockies, then on down across the Plains, heading South.


maar dat gaat niet gebeuren:

'Hey,' she says. 'No Geography. Not tonight.' 


Het is sowieso een beetje de vraag wat zijn vrouw van sex vindt, want als de buurman 

… had his knee between her legs and she had her knee between his legs and they were kissing, really hard, not just with their lips but rolling their faces back and forth one against the other… 


is ze diep verontwaardigd:

My wife could hardly speak for a couple of hours afterwards. Later she said that she would never waste her sympathy on that woman again.


Geen sex dus. Wat kan de verteller anders doen dan zijn lust te sublimeren in zorg voor de planten:

I get up and fuss with the plants for a while.


Zelfs de geur van zijn vrouw, eigenlijk te sterk (it makes me dizzy) wordt getransformeerd:

but after that I like it. It reminds me of gardenias.


Anderhalve bladzijde eerder is al duidelijk geworden dat hij naar de buurvrouw kijkt:

I guess you would have to say she's pretty.


Maar zij is niet bereikbaar, dus relativeert hij de gevoelens die hij misschien zou kunnen hebben meteen: 

But it won't last.


Het liefst zou hij in een situatie zijn waarin het allemaal wat makkelijker ging:

in Amsterdam, Holland, they have a whole section of town where you can walk through and from the street you can see women sitting in rooms, waiting. If you want one of them you just go in and pay, and they close the drapes. This is nothing special to the people who live in Holland.


Of, nog beter: vrije omgang tussen mannen en vrouwen, die aan elkaar gelijk zijn:

we see the explorers sleeping in a meadow filled with white flowers. The blossoms are wet with dew and stick to their bodies ... - covering them completely, turning them white so that you cannot tell one from another, man from woman, woman from man. 


Maar dat is een zelfverzonnen film, een droom:

a land where no one has ever been.


de condition humaine

De centrale zin van het verhaal staat wat mij betreft op bladzijde 5:


I think about the life they have, and how it goes on and on, until it seems like the life they were meant to live. 


Alleen: niet het leven van de buren gaat maar door en door, maar juist dat van de verteller. De buren hebben sex, maken ruzie, hebben een kind en een hond, trekken zich niks aan van de buurt. 

Daar tegenover lijken de verteller en zijn vrouw niets anders te doen dan een beetje tv te kijken, de planten te verzorgen, en een tafeltje in elkaar klussen. Er is geen sprake van werk of andere interesses. Niets lijkt tot ze door te dringen. Ze reageren niet als de buurvrouw wordt geslagen, of als de hond wordt afgeranseld. 


We komen te weten dat de vrouw ernstig ziek geweest is, maar het wordt niet duidelijk wat de ziekte inhield, het blijft her illness. Ernstig en langdurig was het wel:

I got to where I could change the sheets with her still in the bed.


Maar wat de ziekte met de hoofdpersonen gedaan heeft, of en hoe ze er onder geleden hebben?


Op een gegeven moment lijkt de vrouw de herrie van de buren niet meer aan te kunnen:

My wife puts her hands over her ears. 'I can't stand another minute of it,' she says. 


maar dat wordt direct gevolgd door:

She takes her hands away. 'Maybe there's something on TV.' She sits up. 'See who's on Johnny.'


Alles is een vlucht om het leven maar gewoon te houden. 


Want: het leven is een zware last:

a man walking down the street with a grand piano on his back


En niemand heeft oog voor de problemen die je hebt:

Everyone just moved around him and kept going


Kortom:

It's awful, what we get used to.


Is de verteller jaloers op het ‘echte’ leven van de buren? Het is mogelijk, maar in plaats van dat aan zichzelf toe te geven, draait de verteller het om: de buren zijn zielig. 


Wolff illustreert dit door de twee films: El Dorado en de film die de verteller zelf zou schrijven.

Het is de vraag of de El Dorado die Wolff beschrijft een bestaande film is. IMDB kent meer dan 20 El Dorado's, maar voor zover ik heb kunnen achterhalen heeft geen van deze het verhaal van de blinde man dat Wolff hier vertelt. Dat zou betekenen dat Wolff ook dit verhaal verzonnen heeft om duidelijk te maken wat er in het hoofd van zijn verteller leeft.


El Dorado (niet alleen de film, maar ook de Gouden Stad zelf) staat voor het spreekwoordelijke streven van de mens, de drang om iets te bereiken. Daarvoor zijn offers nodig, blindheid, ruzie, verschrikkelijk sterven. Maar niet voor de hoofdpersoon:

'This is no country for a white man,' one says, 'and if you ask me nobody has ever been here before.'


Integendeel:

     I could write a better movie than that.

zegt hij. 


Hij zou wel graag zijn huidige leven (huis, vrouw, baan) willen ruilen voor een ander:

men and women, who leave behind their homes and their jobs and their families - everything they have known. 


Maar dat betekent niet dat hij de ambitie heeft om iets te veranderen. De personen in zijn film streven, in tegenstelling tot El Dorado, nergens naar. Ze doorstaan wel allerlei ontberingen, tot het opeten van de honden toe (that's the sad part), maar zonder doel, zonder ergens naar op weg te zijn. En daarmee is het de metafoor van het leven van de hoofdpersonen dat nergens naar toe gaat. De enige uitweg is de verzonnen droomwereld van een film waarin alles goed en mooi is.


The sun comes up. They stand and raise their arms, like white trees in a land where no one has ever been.


Deze bespreking is van de hand van Robert Andreas


Lees ook de bespreking van Cathelijn Schilder van drie verhalen van Tobias Wolff

ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn