Samenvatting: John Updike - Het volle glas

Gebeurtenissen

Het verhaal Het volle glas telt 18 pagina’s en 6 door een witregel van elkaar gescheiden tekstblokken.


1.

De hoofdpersoon, een bijna 80-jarige gepensioneerde onderhoudsman van houten vloeren, is getroffen door de curiositeit van ‘Sommige gewoontes die ik recentelijk heb aangeleerd’. Zo wil hij dat het waterglas om zijn pillen in te nemen al vol is als hij zijn tanden heeft gepoetst. 


2. 

De verrukking rond het drinken van een vol glas zoet water gaat terug, veronderstelt de verteller, ‘op momenten dat ik mijn dorst leste als kind’ aan de kraan in de keuken van zijn grootouders, aan een drinkfonteintje in de garage verderop met het koudste water in de stad of aan de bron bij zijn achterneef op het platteland. 


3.

De hoofdpersoon speurt zijn geheugen af op andere volleglasgevoelmomenten en herinnert zich dat hij en ‘een vrouw die niet mijn echtgenote was’ in Passaic, New Jersey werden aangehouden door een politieagent omdat de hoofdpersoon dwars overstak naar de linkerkant van de weg om te parkeren. 


4.

In een terugblik vertelt de hoofdpersoon dat hij en zijn vriendin zonder boete of andere perikelen terugkeerden naar Connecticut, waar ze elkaar bleven ontmoeten tot ze werden betrapt. Zijn vriendin scheidde maar de hoofdpersoon niet. Hij verhuisde met zijn vrouw naar Massachusetts, waar hij zich vestigde als onderhoudsman van houten vloeren tot hij met pensioen ging. 


5. 

Een tweede merkwaardige gewoonte van de hoofdpersoon is dat hij de kerstverlichting vanuit huis werkelijk wil zien uitgaan : ‘Ik moet die flitsende transformatie met mijn eigen ogen zien plaatsvinden’ in plaats van de schakelaar om te zetten zonder te kijken. 

Daarna herinnert hij zich ‘Een ander vol moment : vanaf de kleuterschool, en alle schooljaren daarna, was ik verliefd op een meisje in mijn klas met wie ik bijna nooit een woord wisselde.’ Op een dag nodigde hij het meisje uit om mee te gaan naar een boerenbal en tijdens het dansen voelde hij ‘haar vochtige zijden en de zachte buik onder haar ribbenkast, allemaal even strak in de bezieling van de dans’. 


6.

Een derde merkwaardige gewoonte van de hoofdpersoon is dat hij, als hij ’s avonds in bed ligt te wachten tot ‘de vrouw’ erbij komt, ‘mijn gezicht in de zijkant van het kussen begraaf en me uitrek tot op mijn tenen, in de hoop voetkrampen voor te blijven, waarbij ik drie keer hardop kreun – Ooh! Ooh! Ooh-uh! – alsof het genot van het aan het eind van de dag alles loslaten een kwelling is.’ 

Vanachter zijn raam dat uitkijkt op zee heft hij het volle glas water en ‘brengt hij een toost uit op de zichtbare wereld, en kan het feit dat hij er misschien weldra van verdwenen zal zijn hem niks verdommen.’ 

ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn