Cees Nooteboom - Onweer

Bespreking van het verhaal Onweer van Cees Nooteboom uit zijn bundel 's Nachts komen de vossen

Gouden Uil 2010

Je zou een kort verhaal kunnen vergelijken met een bliksemflits. Het is krachtig en het is er maar even. In dat 'even' wordt alles fel belicht, zo kort dat je maar een paar details kunt waarnemen, en dan is het weer donker. En in dat donker, als de gebeurtenis voorbij is, beginnen de toeschouwer, de schrijver en de lezer het verhaal te zoeken. Wat was er eigenlijk te zien? Wat is de samenhang tussen de details? Wat was de betekenis ervan?


metafoor

Cees Nooteboom maakt dan ook niet voor niets van die bliksemflits het centrale gegeven van zijn verhaal Onweer, het tweede verhaal uit zijn bundel 's Nachts komen de vossen (Gouden Uil 2010). Schrijven en bliksem worden letterlijk verenigd als Nooteboom de metafoor gebruikt 'het elektrische schrift dat als een versplinterd alfabet langs de hele horizon trok' (scène 4). Ter versterking van de metafoor van de bliksem, speelt ook het fotograferen (met flits) een belangrijke rol in dit verhaal (zowel scène 3 als 4). En het stiften van lippen: ze stiffte 'haar lippen met lipstick van een bijna fosforescerende lichte kleur, alsof ze bij het onweer wilde passen' (scène 3). Licht en donker spelen sowieso een rol in dit verhaal. De zomer is voorbij, het wordt eerder donker, Richards winterdepressie steekt de kop op.


gebeurtenissen

Het verhaal van iets meer dan 10 pagina's bestaat uit 9 korte scènes. De laatste scène bestaat uit slechts 1 zin.

1. De Nederlandse kunstenaar Rudolf en zijn vrouw Rosita leven in Spanje, de zomer is net voorbij. Rudolf zegt dat hij de weersverandering in zijn skelet voelt. Zij vindt dat een vervelende uitdrukking, hij weet dat zij het onaangenaam vindt aan een skelet te denken.

2.  Aan het begin van die avond rijden ze met de auto naar San Hilario, om daar te eten bij een café aan het strand. 'Onderweg barstte het onweer los.'

3. Op het overdekte terras heeft 'het echtpaar naast hen een fantastische, ingehouden ruzie'. De vrouw van het echtpaar probeert de bliksem te fotograferen. De man wil dat ze daarmee stopt en de vrouw maakt hem uit voor 'ein Arschloch' (rotzak). Rosita ziet overeenkomst tussen het echtpaar en zichzelf.

4. Bij een volgende slag valt het licht uit. Bij weer een volgende slag is te zien 'dat de man de camera uit haar hand moest hebben geslagen'. De vrouw slaat hem in zijn gezicht; de man loopt weg, het strand op, richting zee.

5. Daar wordt hij door de bliksem getroffen. Politie en ambulance arriveren, bij het verhoor wordt de ruzie verzwegen.

6. Op de terugweg naar huis denkt Rosita aan het ongeluk. Ze herinnert zich dat ze het echtpaar als een spiegelbeeld van henzelf had gezien.

7. Nog steeds in de auto vraagt Rosita zich af wat er morgen in de krant over het ongeluk zal staan. Ze stoppen onderweg omdat Richard een stuk hout ziet dat hij voor zijn kunst kan gebruken. Het lijkt op een foetus. 'Wat gebeurt er eigenlijk als je door de bliksem getroffen wordt?' vraagt Rosita.

8. Thijs verdwijnt Richard in zijn atelier. Rosita ziet voor zich hoe de man haar even had aangekeken toen zijn vrouw hem fotografeerde.

9. 'De krant kocht ze niet, om er geen naam bij te hebben.'


het cruciale moment

In scène 8 herinnert Rosita zich een moment op het strand: "Even, toen de vrouw weer fototgrafeerde, had de man haar aangekeken. Lichtblauwe ogen. Het had geleken of hij iets wilde zeggen, maar hij had het niet gedaan. zelf had zij even haar hand opgetild, en toen teruggelachen." Dit is het cruciale moment uit het verhaal. Hier voelt Rosita zich verbonden met de man van het andere stel. Over dit moment van verbondenheid vertelt ze niets tegen Richard, van wie ze zich geïsoleerd voelt. Overigens wordt dit elkaar aankijken alleen achteraf gemeld, als herinnering. Op het moment dat het elkaar aankijken moet hebben plaatsgevonden (waarschijnlijk gedurende scène 3) maakt de schrijver er geen melding van, wellicht om de lezer in scène 8 te kunnen verrassen. Je zou dit een (waarschijnlijk bewuste) kunstgreep van de schrijver kunnen noemen.

'Het cruciale moment' wordt in vakliteratuur ook wel 'epifanie' genoemd.


voorbereiding van het cruciale moment

Dit moment van verbondenheid tussen Rosita en de man wordt o.a. voorbereid in scène 3: 'Rosita vond niet dat de vrouw op haar leek, maar zag in het echtpaar een spiegelbeeld van haar eigen huwelijk, niet helemaal aangenaam.' In scène 6 wordt dit benadrukt: 'Pas een paar uur geleden had ze in dat echtpaar een spiegelbeeld gezien'.


droge feiten

Het verhaal is geschreven in de verleden tijd. Het perspectief (derde persoon enkelvoud) is dat van Rosalinde, behalve op de tweede pagina van het verhaal, waar we door de ogen van Richard kijken. Er zitten een paar vooruitwijzingen in het verhaal, zoals aan het eind van scène 4:  "Wat Rosita nooit meer zou vergeten was de gruwelijke afwisseling van licht en donker, waardoor de man met het glas telkens opnieuw zichtbaar werd en weer verdween alsof het donker hem had opgeslokt". En aan het begin van scène 7: "Morgen zou het verhaal in de eilandkrant stan en van alle kanten zouden ze aan komen rijden om te zien waar het gebeurd was."

Het verhaal telt goed tien pagina's en is het tweede uit de bundel. In alle verhalen speelt de dood een rol.


Lees op ShortStory.nu meer over de bundel 's Nachts komen de vossen.



ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn