Janneke van der Horst - Ik weet hoe jongens huilen (titelverhaal)

Next

Bespreking van Ik weet hoe jongens huilen (titelverhaal) van Janneke van der Horst

Ik weet hoe jongens huilen - Mijn mening

Een indringend verhaal over afscheid van jeugd en jeugdliefdes. De belevingswereld van de jonge vrouwelijke hoofdpersoon wordt overtuigend en beeldend neergezet: de lezer kijkt, voelt en twijfelt met haar mee. Het verhaalverloop is spannend en aangenaam associatief. (ShortStory.nu/Ton Rozeman)


Ik weet hoe jongens huilen - De feiten

18 pagina's, ik-vorm, verleden tijd, vrouwelijke hoofdpersoon, twintiger, vertelde tijd ongeveer een uur, flashback van enkele jaren, locatie in het heden: drinkgelegenheid op een eiland, locaties in het verleden: eiland, Amsterdam, Londen.


Ik weet hoe jongens huilen - Samenvatting

Het verhaal valt in drie delen uiteen: (1) heden, (2) flashback, (3) vervolg van het heden.


(1) Heden

Een jonge vrouw (die in het verhaal geen naam krijgt) drinkt op een eiland iets met Johannes, met wie ze een jarenlange knipperlichtrelatie heeft gehad. Aan de bar staat Sem, met zij ook iets heeft heeft gehad en met wie ze nog steeds iets zou willen. Johannes laat doorschemeren dat hij iets met haar zou willen. Ze beeldt zich in hoe Sems vuist 'op het gezicht van Johannes neerkomt'.


(2) Flashback

Na een asterisk volgt er een een lange flashback, die het grootste gedeelte van het verhaal beslaat. De  jonge vrouw blikt terug op haar puberteit op het eiland en op de tijd nadat ze voorgoed het eiland heeft verlaten om te studeren in Amsterdam. Zowel tijdens haar jeugd op het eiland als tijdens haar studie in Amsterdam waren Johannes en Sem belangrijk voor haar. Beurtelings bezoeken ze haar op haar studentenflat. Over Johannes: 'Hij bleef slapen en ik vroeg hem niet of Karin wist waar hij was. Hij vroeg mij niet of ik normaal alleen sliep. Ik had met hem te doen en hij nog meer met mij.' Johannes zegt over haar flat: 'Ik haat het hier maar ik wou dat ik langer kon blijven.' Het is een kenmerkende uitspraak voor het ambivalente contact dat ze hebben. Ook Sem komt langs. Hij is, anders dan Johan, recht op het doel af. 'Hij belde aan, tilde me op, zwierde me door mijn stad alsof het de zijne was.' Ze belanden voor het eerst samen in bed. Met Johan heeft de jonge vrouw vaker het bed gedeeld.

Tijd verstrijkt, de jonge vrouw gaat voor haar studie een jaar naar Londen. Ze krijgt daar iets met ene William. Op een dag ontdekt ze een kaart tussen de post: Sem gaat trouwen. Hals over kop keert de vrouw terug naar het eiland. Ze hoopt Sem duidelijk te maken dat hij voor haar moet kiezen.


(3) Vervolg van het heden

Na opnieuw een asterisk zijn we terug in het verhaalheden: de drinkgelegenheid op het waddeneiland. 'Ik zit al een uur naast Johannes. We spreken over vroeger.' Johannes bekent haar zijn liefde; zij wijst hem af. Ze vertelt hem dat Sem de man in haar leven is. 'Dan staat hij op en mompelt dat hij naar de plee gaat. (...) Ik zie aan zijn rug dat hij moet huilen. Ik weet hoe jongens huilen.' Daarna wenkt ze Sem, die bij haar komt zitten. Sem lijkt te weten dat ze hem wil. De jonge vrouw fantaseert over hoe zij en Sem later aan dit moment aan het tafeltje terug zullen denken, het moment waarop eindelijk hun leven samen begon. Maar als Sem haar aankijkt realiseert ze zich dat er geen leven samen zal beginnen. 'Sem kijkt me eindelijk aan. Verwijtend bijna. Dan had ik maar moeten blijven, lijkt hij te zeggen. Dit krijg je ervan. Je kunt niet weggaan en toch blijven, al beweren duizend dichters anders.'


Ik weet hoe jongens huilen - Spanning


Opening van Ik weet hoe jongens huilen

Enkele verhalen in de bundel openen met een zin die het verhaal meteen onder druk zet. Voorbeelden daarvan zijn: 'Het is overdreven te zeggen dat ik nooit meer zal slapen, maar dat ik nog steeds moet wennen aan de nachten zonder Sasha is de onverwachte waarheid' (Nachtbeugel). En: 'De dag dat ik voor het eerst tot de Heer bad, verloor ik mijn fietssleutel en mijn vader' (Een dandy en een prinsesje).

Het titelverhaal opent rustiger met: 'Hij buigt iets naar voren als hij het vraagt, alsof het iets intiems is dat de rest niet mag horen, terwijl ze het me allemaal al eerder vroegen.' Het is een intrigerende opening, die hint naar een van de thema's van het verhaal: intimiteit en in hoeverre dat iets exclusiefs moet zijn.


Opbouw van Ik weet hoe jongens huilen

In veel schrijfboeken wordt geadviseerd in korte verhalen terughoudend te zijn met flashbacks. De schrijver zou zich vooral op het verhaalheden moeten concentreren, en dat voor de lezer voelbaar te maken. Een flashback zou de lezer  van dit verhaalheden vervreemden en hij zou door de bomen het bos niet meer zien. Ook zou de omvang van het korte verhaal te beperkt zijn om het verleden weer te geven.

Dat flashbacks en sprongen in de tijd ook in het korte verhaal wel degelijk mogelijk zijn, bewijst Van der Horst met haar titelverhaal en ook met enkele andere verhalen uit haar bundel. Ze vertelt daarin associatief en maakt (daardoor) ook sprongen heen en weer in de tijd. Gevoelens en beelden zijn soms meer een leidraad dan dat de chronologie dat is. Toch wordt de lezer nergens uit het verhaal gegooid. Juist met de aaneenschakeling van beelden en associaties weet ze te boeien én te structureren.

Dat is eigenlijk heel knap. Want een chronologisch verband is voor de lezer al snel overtuigend, het een volgt nou eenmaal gewoon na het andere. De lezer in een associatie meekrijgen is gevaarlijker (en daardoor ook spannender): de associatie van de schrijver hoeft niet die van de lezer te zijn. De lezer kan hem te gekunsteld of te clichématig vinden, of de draad kwijtraken.

Overigens is de flashback in bovenstaande samenvatting chronologisch weergegeven, terwijl hij dat in het verhaal niet is. In het daadwerkelijke verhaal is de ordening binnen de flashback deels thematisch. Na een fragment over hoe de ik vroeger haar tijd doorbracht met Johannes ('urenlang zwijgend over het strand') volgt een episode over haar tijd met Sem ('we liepen nooit, we renden'). Na een fragment over hoe Johannes zich met meisjes gedraagt ('Een krokodil'), volgt een fragment over hoe Sem dat doet ('Het tegenovergestelde, hij was zelfverzekerd'). Als je het zo samenvat, maakt het een kunstmatige indruk - een indruk die je tijdens het lezen van het verhaal niet krijgt. 


Motieven van Ik weet hoe jongens huilen

De spanning in het verhaal wordt ook veroorzaakt door terugkerende motieven, zoals daar zijn: het platteland (eiland) tegenover de stad (Amsterdam). En twijfelen (de ik en Johannes) tegenover doortastendheid (Sem).


Slot van Ik weet hoe jongens huilen

Het verhaal heeft een open einde. De vertelster interpreteert de blik van Sem als verwijtend, maar het is de vraag of die interpretatie juist is. 'Dan had ik maar moeten blijven, lijkt hij te zeggen.' Ook dat is háár visie en hoeft niet per se die van Sem te zijn. De twijfel die het verhaal in zijn ban heeft gehouden, blijft ook na het einde voortduren. De lezer kan erover blijven nadenken.

Overigens is dit einde ook een voorbeeld van door de 'gekleurde bril' van het hoofdpersonage kijken. Hiermee creëert de schrijfster een eigen belevingswereld. Daarover straks meer.


Ik weet hoe jongens huilen - Personages van vlees en bloed


Ambivalentie

Het hoofdpersonage (de protagonist), Sem (de antagonist) en Johannes (de tritagonist) hebben meerdere dimensies (zijn 'round characters'). Ze willen elkaar, maar niet te dichtbij en niet te lang, hoewel ze soms ineens ook dát lijken te willen. Ze trekken elkaar aan en stoten elkaar af. Het zijn net mensen.

De ik is niet alleen ambivalent ten opzichte van haar twee (jeugd)liefdes, ze is dat ook ten opzichte van het eiland waar ze geboren is en ten opzichte van de meisjes en vrouwen die daar zijn blijven wonen. Als ze even terug op het eiland is, noteert ze: 'Pas toen ze na een tijdje merkten dat ik niet integreerde en verder niemand kwaad deed, kwamen ze naar me toe en vertelden me hun geheimen, vroegen me om advies, bekenden mij hun vreemdste gedachten en verlangens omdat ze mij vreemd genoeg vonden het te begrijpen. En langzaamaan begon ik van de meisjes te houden maar ik was te arrogant om ze als vriendinnen te zien.'

De hoofdpersoon heeft weet van haar twijfelende houding, maar die wetenschap helpt haar niet verder.


Gekleurde bril

De schrijfster komt met veelzeggende details en kiest die vanuit de belevingswereld van de vertelster (de jonge vrouw, het ik-personage).

Dat doet ze van meet af aan. 'Wat doe je tegenwoordig allemaal?' vraagt Johannes in de eerste alinea. Het zou een vrijblijvende vraag kunnen zijn, maar de vertelster gaat met de vraag aan de haal, schept er een eigen wereld omheen. 'Tegenwoordig, zeggen ze, om aan te tonen dat we ooit iets deelden.'

Wanneer ze voorgoed het eiland zal verlaten, realiseert ze zich: 'Ik was een van de laatsten die weggingen. Het was begin september. De warme nazomerzon gaf het eiland een ongekende schoonheid. En de meisjes ook. De laatste dagen van jurkjes en minuscule rokjes. We hadden zo min mogelijk aangedaan om te vechten tegen de herfst.' Die laatste zin zou je af kunnen doen als een mooi beeld, een goed gekozen typering. Maar het is meer dan dat. Het illustreert ook de manier van kijken van het personage. Dit is hoe zíj het interpreteert. 

Zou je willen leren hoe je een belevingswereld creëert, dan zou je in dit verhaal naar meer van dit soort voorbeelden kunnen zoeken. Ze zijn er in overvloed.


Ik weet hoe jongens huilen - Plaats in de bundel

Het titelverhaal staat halverwege de bundel, en het staat niet alleen fysiek maar ook thematisch te midden van de andere verhalen. In bijna alle verhalen speelt de pijn van een (soms plotseling) afscheid een rol. Afscheid van een vader (Een dandy en een prinsesje), van een geliefde (Nachtbeugel), van een oudere zus (Maak je geen zorgen om Wanda) en van een hartsvriendin (Meisjes zijn voor het leven). Het titelverhaal neemt afscheid van een jeugd en jeugdliefde(s).

In sommige verhalen heeft de hoofdpersoon het afscheid niet (mede) veroorzaakt (zoals in enkele verhalen waarin de dood de oorzaak is). In andere verhalen, zoals dit titelverhaal, heeft de hoofdpersoon wel een aandeel in de breuk. Dit eigen aandeel geeft zowel het conflict (drama) als de personages meer diepte. Literair gezien is het spannend als een personage (deels) zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar lijden.

Een andere overeenkomst is dat het titelverhaal als veel andere verhalen in de bundel in de verleden tijd, in de eerste persoon is geschreven en dat de hoofdpersoon een jonge vrouw is. Ook de tegenstelling tussen stad en platteland komen we vaker tegen. Een andere overeenkomst is dat de schrijfster regelmatig (als-)vergelijkingen maakt.

Een verschil is de lengte. Het titelverhaal is samen met Nachtbeugel verreweg het langste verhaal.


(meer over Ik weet hoe jongens huilen)


(c) ShortStory.nu/Ton Rozeman


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn