Het weer van gisteren - samenvatting


Het verhaal is verdeeld in zeven tekstblokken die door een witregel van elkaar gescheiden zijn. 


1. 

Hazel en haar man John zijn op familiebezoek bij Johns zus Margaret, die in Johns ouderlijke huis woont. In plaats van haar gemak ervan te nemen, is Hazel in de weer in de keuken waar ze zich ergert aan het gedrag van haar man die in de tuin slagbal speelt met de kleine kinderen van zijn zus. ‘Ze zou dus niet alleen alles moeten doen, ze zou zich ook moeten verontschuldigen voor het feit dát ze alles deed.’ Beladen met haar baby, chips en aardappelsalade stapt ze de tuin in waar ze zich niet alleen ergert aan de eetgewoonten en het geroep van haar schoonzus, dat door iedereen wordt genegeerd, maar ook aan John die in haar ogen is veranderd sinds de geboorte van de baby en sinds hij zich weer in zijn ouderlijke huis bevindt. Als de bal rakelings langs Hazel stuitert, stapt ze op John toe – ‘ze wist pas waarom toen ze voor hem stond’ –, steekt ‘hem de baby met uitgestrekte armen toe’ en vaart tegen hem uit. Als ze woedend naar binnen gaat, loopt ze Johns bejaarde vader, die de echtelijke scène glimlachend heeft gadegeslagen, van woede bijna omver. 


2. 

John komt Hazel zonder baby achterna in de woonkamer. Het stel heeft een tweede woordenwisseling, nu over waarom Hazel een schoon T-shirt aan wil, waarom John de baby bij zijn zus in de tuin heeft gelaten en waarom Hazel zich niet gewoon gezellig kan amuseren. 


3. 

Terug in de tuin, voelt Hazel zich verraden als haar baby ongedeerd op de knieën van haar schoonzus zit te kirren. Bovendien begint de baby te huilen zodra hij zijn moeders stem hoort. Tussen de twee schoonzussen ontspint zich een gesprek over de vloerbedekking in Margarets huis. Hazel voelt zich tijdens dit gesprek niet op haar gemak want ‘als je het over de oude vloerbedekking had, had je het over zijn overleden moeder en god mag weten wat nog meer.’ 


4.

Hazel en Margaret slaan Johns vader een tijdje gade in de tuin. Hazel weet niet goed wat ze met hem aanmoet. Margaret praat ondertussen over de man alsof hij al dood is, Hazel reageert niet op haar woorden. Als ook Johns vader niet antwoordt op Margarets geroep, verlangt Hazel ‘opeens pijnlijk naar haar tuintje in Lucan.’ Daarna schreeuwt ze John toe dat hij onmiddellijk moet komen eten, ‘en eindelijk loodste hij de lachende kinderen mee naar de tafel.’


5.

Hazel geeft de kinderen ham te eten, maar die antwoorden dat ze er geen lusten. Als Hazel de bijna vierjarige Stephanie antwoordt dat haar dat niet kan schelen, werpt John ‘haar een schuine blik toe’, waarna hij de aandacht van de kinderen afleidt met een woordspelletje ‘en de kinderen begonnen te lachen, al zagen ze het grappige er niet helemaal van in.’ 


6. 

In het hotel, waar ze logeren ‘omdat Hazel had gedacht dat ze de baby daar, zonder al die herrie, gemakkelijker in slaap zou kunnen krijgen’, maken Hazel en John opnieuw ruzie terwijl de baby rustig doorslaapt. Daarop gaat John zich in de bar bedrinken. Hazel neemt ondertussen een bad, waar ze ‘zielsverdrietig huilde’. Net als ze op bed in slaap valt, wordt de baby wakker en zet het op een huilen. Ze geeft hem een voeding, verschoont  hem en laat hem boeren. Als ze zich tijdens deze zorgende, moederlijke handelingen voorneemt om haar baby verder te verschonen met een natte hotelhanddoek in plaats van hem ‘in een glibberig bad te zetten’, beseft ze dat je ‘door al dat gedoe met een baby (…) wel erg makkelijk’ werd ‘en ze wendde zich met een glimlach naar de deur die openging.’


7.

Tijdens de autorit huiswaarts legt John zijn hand tegen de wang van zijn vrouw. Hazel houdt zijn hand daar vast, terwijl de baby rustig op de achterbank slaapt. Als ze afgepeigerd hun garagepad oprijden, ziet Hazel dat haar tulpen zijn omgewaaid en ‘ze vroeg zich af of de storm hier ook had gewoed en welke windkracht het eigenlijk was geweest – had het uitzonderlijk hard gewaaid ?’ Maar op zoek naar informatie hierover vindt ze ‘nergens (…) wat ze zo graag wilde weten’ : geen enkele site, geen enkele instantie, niemand neemt ‘de tijd voor een beschrijving van het weer van gisteren.’ 


(c) ShortStory.nu/Roland de Blende


ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn